De gecombineerde biologische luchtwasser bij veehouderijen

De combi wasser die in gebruik is bij de (intensieve) veehouderij krijgt de laatste tijd veel kritiek te verduren. Dit is vooral gebaseerd op de ammoniak- en geurverwijderingsrendementen die niet altijd worden behaald. Waarin moeten wij de oorzaak hiervan zoeken? Zijn de tijdens het bemeten van de combi wasser behaalde rendementen gebaseerd op te ideale omstandigheden? Zijn de “cowboys” op de luchtwasser markt hier de schuldigen van? Beschikken de agrarische ondernemers over de benodigde kennis over de werking en het onderhoudsregime van de combi wasser? Valt de bedrijfsadviseurs nog iets te verwijten? Deze vragen komen in onderstaand blog aan bod!

Al een tijdje meedraaiend in het agrarisch milieutoezicht vond ik de tijd wel rijp om mijn ervaringen op het gebied van de combi wasser te delen. Naar mijn idee ligt een combinatie van bovenstaande vraagstukken ten grondslag aan de problemen die momenteel worden ervaren met de combi wasser. Als voorbeeld hiervoor gebruik ik de combi wasser die in de Regeling ammoniak en veehouderij (Rav) bekend staat onder nummer BWL 2009.12. Dit is een type wasser die vanwege de hoge rendementen die hiermee kunnen worden behaald veelvuldig wordt toegepast. Enige tijd geleden heb ik het 85 pagina’s tellende Duitstalige meetrapport van de combi wasser BWL 2009.12 al eens doorgenomen.

In het meetrapport van de BWL 2009.12 staat onder andere vermeldt dat de benodigde ventilatielucht wordt aangezogen via 200 ondergrondse buizen van 20 meter lang met een diameter van 20 centimeter. De ventilatielucht komt vervolgens via de grondkanaalventilatie in de dierverblijven terecht. Het toepassen van deze ondergrondse buizen is geen standaard ventilatiemethode. Dit zorgt echter wel voor koelere lucht en een lagere ventilatiebehoefte.

Tevens staat beschreven dat deze luchtwasser over hoge reserves beschikt voor wat betreft de afmetingen van het filterpakket en de hoeveelheid waswater. Met betrekking tot de benodigde afmetingen van het filterpakket zijn ventilatienormen wettelijk vastgesteld. Uitgaande van deze normen was de bemeten luchtwasser circa 25% groter uitgevoerd dan nu verplicht zou zijn. In de praktijk komen we nauwelijks (zeg maar gerust: geen) combi wassers tegen die in deze mate over gedimensioneerd zijn. Aan een grotere luchtwasser zijn uiteindelijk ook hogere kosten verbonden die niet elke agrarisch ondernemer vrijwillig zal willen maken.

Zoals hierboven al vermeldt wordt de BWL 2009.12 veelvuldig toegepast vanwege de hoogte van de te behalen rendementen. De BWL 2009.12 wordt dan ook allang niet meer alleen geleverd door de oorspronkelijke fabrikant en ontwikkelaar. Voor het agrarisch milieutoezicht op de combi wasser dient deze te voldoen aan de technische beschrijving hiervan. Deze bestaat uit de stalbeschrijving of leaflet én het technisch informatiedocument luchtwassystemen voor de veehouderij. In het leaflet staan voor de luchtwasser specifieke eisen vermeldt. Het technisch informatiedocument bevat de meer algemene eisen waaraan alle luchtwassers moeten voldoen. Zolang aan deze eisen wordt voldaan mag elke fabrikant deze luchtwasser plaatsen. Deze eisen bestrijken lang niet alle nog specifiekere elementen zoals het besturingssysteem en de software.

Als een luchtwasser wordt bemeten zal de fabrikant hierbij over het algemeen nauw betrokken zijn. De luchtwasser zal met regelmaat gecontroleerd worden op de goede werking om een zo hoog mogelijke reductie en dus lagere emissiefactor te bereiken. In de praktijk merken we regelmatig dat de dagelijkse en wekelijkse controles van parameters zoals de zuurgraad, geleidbaarheid, sproeibeeld en vervuiling van het filterpakket te wensen overlaten. Veel agrarische ondernemers zijn hier ook niet goed genoeg mee bekend. De ondernemer denkt meestal: ‘de luchtwasser is aangesloten en in werking, ik heb er geen omkijken meer naar’. Het (niet) goed onderhouden en monitoren heeft zijn weerslag op de goede werking van de luchtwasser en daarmee ook op de te behalen rendementen. Hierin ligt vaak ook niet de interesse van de ondernemer en bij technische problemen wordt de leverancier, of het onderhoudsbedrijf, vaak ingeschakeld. Over het algemeen gebeurt dit op een vrij laat tijdstip waardoor de luchtwasser in zijn geheel gereinigd dient te worden.

Het plaatsen van een luchtwasser wordt door veel agrarische ondernemers als een wettelijke verplichting gezien om hun bedrijf nog te kunnen voortzetten. Het aanvragen van een Omgevingsvergunning en/of wet natuurbeschermingsvergunning hiervoor is allang geen zaak meer die een ondernemer in eigen hand heeft. Dit wordt dan ook uitbesteedt aan adviseurs die over het algemeen ook de eerste contacten met de leverancier van de luchtwasser leggen. Hierbij zal geprobeerd worden de kosten van het plaatsen van de luchtwasser zo laag mogelijk te houden. Dit resulteert over het algemeen in een luchtwasser die, op papier, net voldoet aan de wettelijke verplichtingen. In de praktijk merken we dan meestal dat de dimensionering niet voldoende is.

Bovenstaande is uiteraard mijn visie op de problemen die rond de biologische combi wasser spelen. Veel hiervan komt ook naar voren bij de overige biologische en chemische wassers en combinaties daarvan. Heb ik hiermee alles gezegd? Weet eigenlijk wel zeker dat dat niet zo is. Wellicht voor een vervolg vatbaar.

SynnedBVDe gecombineerde biologische luchtwasser bij veehouderijen